Witte privileges: de onzichtbare knapzak uitpakken

"Er werd mij geleerd om racisme enkel in individuele, gemene handelingen te zien, niet in onzichtbare systemen die dominantie verlenen aan mijn groep"

door Peggy McIntosh

In mijn pogingen om materiaal van vrouwenstudies in de rest van het curriculum binnen te brengen, heb ik vaak gemerkt hoe mannen niet bereid zijn om toe te geven dat ze over-gepriviligeerd zijn, ook al geven ze dan misschien toe dat vrouwen benadeeld worden. Ze zeggen misschien dat ze zich zullen inspannen om de status van vrouwen te veranderen, in de maatschappij, aan de universiteit, of in het curriculum, maar ze kunnen of willen de idee om de status van mannen te verminderen niet steunen. Het idee dat mannen voordelen halen uit de benadeling van vrouwen wordt ontkend en blijft een taboe. Deze ontkenning zorgt ervoor dat mannelijke privileges niet volledig erkend, verminderd of beëindigd worden.

Toen ik het fenomeen van mannelijke privileges doordacht, realiseerde ik me dat er hoogst waarschijnlijk een fenomeen van wit privilege was dat op een gelijkaardige manier ontkend en beschermd werd, aangezien hiërarchieën in onze maatschappij verweven zijn. Ik realiseerde me dat ik – als wit persoon – geleerd had om racisme te begrijpen als iets wat anderen benadeelt, maar ik had geleerd blind te blijven voor één van de daar uit voortvloeiende effecten, namelijk wit privilege dat mij bevoordeelt.

Ik denk dat witten zorgvuldig geleerd wordt witte privileges niet te (h)erkennen, zoals mannen geleerd wordt mannelijke privileges niet te (h)erkennen. Dus ben ik me – zonder voorafgaande training – beginnen afvragen wat het is om witte privileges te hebben. Ik ben witte privileges gaan zien als een onzichtbaar pakje van onverdiende voordelen waarop ik elke dag kan rekenen en waaruit ik elke dag winst kan halen, maar waarover ik 'geacht wordt' onwetend te blijven. Witte privileges zijn zoals een onzichtbare gewichtsloze knapzak met speciale voorzieningen: kaarten, paspoorten, codeboeken, visums, kleding, werktuigen, en blanco cheques.

Wit privilege beschrijven maakt iemand opnieuw aansprakelijk. Net zoals we in vrouwenstudies werken om mannelijke privileges zichtbaar te maken en mannen vragen om een deel van hun macht op te geven, zo moet iemand die schrijft over het hebben van witte privileges vragen, "wat ga ik doen, nu ik het beschreven heb, om het te verminderen of het te beëindigen?"

Nadat ik me realiseerde hoezeer mannen functioneren vanuit een basis van niet erkende privileges, begreep ik dat veel van hun onderdrukkend gedrag onbewust was. Toen herinnerde ik me de veelvuldige beschuldigingen van vrouwen van kleur dat de witte vrouwen die ze ontmoeten onderdrukkend zijn. Ik begon te begrijpen waarom wij als even onderdrukkend gezien worden, ook al zien we onszelf niet op die manier. Ik begon te tellen op hoeveel manieren ik geniet van onverdiend huidprivilege en ik geconditioneerd ben het bestaan van dit privilege te vergeten.

Mijn scholing trainde me niet in het zien van mezelf als onderdrukster, als een persoon die op oneerlijke manier bevoordeeld is, of als medewerkster van een beschadigde cultuur. Er werd mij geleerd mezelf te zien als een individu wiens morele status afhing van haar individuele morele wil. Mijn scholing volgde het patroon dat mijn collega Elizabeth Minnich als volgt aanduidt: witten wordt geleerd om over hun leven te denken als moreel neutraal, normatief, en gemiddeld, en ook nog ideaal, zodat wanneer we werken aan betere condities voor anderen, dit gezien wordt als werk dat "hen" toe zal laten om meer als "ons" te zijn.

Dagelijkse gevolgen van witte privileges

Ik besloot om te proberen aan mezelf te werken door tenminste een aantal van de dagelijkse gevolgen van witte privileges in mijn leven te identificeren. Ik heb die omstandigheden gekozen waarvan ik denk dat ze in mijn geval iets meer verbonden zijn met huidskleurprivilege dan met klasse, religie, etnische status, of geografische locatie, hoewel al deze andere factoren natuurlijk onlosmakelijk verweven zijn. Voor zover ik weet kunnen mijn Afrikaans-Amerikaanse collega’s, vrienden en kennissen met wie ik dagelijks of regelmatig in contact kom in deze specifieke tijd, plaats en in dit soort werk, niet rekenen op de meeste van deze condities.

  1. Ik kan ervoor zorgen om het grootste deel van de tijd in het gezelschap van mensen van mijn etnische achtergrond door te brengen als ik wil.

  2. Ik kan vermijden om tijd te spenderen met mensen die ik heb leren wantrouwen en die geleerd hebben mijn soort of mij te wantrouwen.

  3. Als ik zou moeten verhuizen, kan ik er vrij zeker van zijn iets te huren of te kopen in een buurt die voor mij betaalbaar is en waar ik zou willen leven.

  4. Ik kan er vrij zeker van zijn dat mijn buren op zo’n locatie neutraal of vriendelijk tegen me zullen zijn.

  5. Ik kan meestal alleen gaan winkelen, met de zekerheid dat ik niet gevolgd of lastiggevallen zal worden.

  6. Ik kan de televisie aanzetten of de voorpagina van de krant openen en mensen van mijn etnische achtergrond uitgebreid vertegenwoordigd zien.

  7. Wanneer mij verteld wordt over onze nationale erfenis of "beschaving", is de boodschap dat mensen van mijn kleur het gemaakt hebben tot wat het is.

  8. Ik kan er vrij zeker van zijn dat mijn kinderen schoolmateriaal gegeven zal worden dat getuigt van het bestaan van hun etniciteit.

  9. Ik kan er vrij zeker van zijn een uitgever te vinden voor dit stuk over witte privileges als ik wil.

  10. Ik kan er vrij zeker van zijn dat mijn stem gehoord zal worden in een groep waarbinnen ik het enige lid ben van mijn etnische groep.

  11. In een groep kan ik nonchalant zijn over het wel of niet luisteren naar de stem van een persoon die in deze groep het enige lid is van zijn/haar etnische groep.

  12. Ik kan een muziekwinkel binnenstappen en er op rekenen de muziek van mijn etniciteit vertegenwoordigd te zien, ik kan een supermarkt binnenstappen en de hoofdingrediënten die horen bij mijn culturele tradities vinden, ik kan een kapsalon binnenstappen en iemand vinden die mijn haar kan knippen.

  13. Of ik nu cheques, kredietkaarten of cash gebruik, ik kan erop rekenen dat mijn huidskleur het beeld van financiële betrouwbaarheid niet tegenwerkt.

  14. Het merendeel van de tijd kan ik ervoor zorgen mijn kinderen te beschermen tegen mensen die hen misschien niet mogen.

  15. Ik moet mijn kinderen niet leren zich bewust te zijn van systematisch racisme voor hun eigen dagelijkse bescherming.

  16. Ik kan er vrij zeker van zijn dat de leerkrachten en werkgevers van mijn kinderen hen zullen verdragen als ze zich inpassen in de normen van de school en de werkplaats; mijn voornaamste bezorgheden over hen hebben niet te maken met het gedrag van anderen ten aanzien van hun etnische achtergrond.

  17. Ik kan met mijn mond vol praten zonder dat mensen dit aan mijn kleur wijten.

  18. Ik kan vloeken, of mezelf kleden met tweedehandskleding, of brieven niet beantwoorden, zonder dat mensen dit toeschrijven aan de slechte zeden, de armoede of de ongeletterdheid van mijn etnische groep.

  19. Ik kan publiekelijk spreken in een belangrijke mannelijke groep zonder dat mijn etnische achtergrond "terechtstaat".

  20. Ik kan het goed doen in een moeilijke situatie zonder dat ik als uitblinker van mijn etnische groep gezien wordt.

  21. Ik word nooit gevraagd te spreken voor al de mensen van mijn etnische groep.

  22. Ik kan onwetend blijven over de taal en gewoonten van mensen van kleur die de meerderheid van de wereld uitmaken zonder in mijn cultuur gestraft te worden voor zulke onwetendheid.

  23. Ik kan onze regering bekritiseren en praten over hoezeer ik haar politiek en gedrag vrees zonder als een culturele buitenstaander gezien te worden.

  24. Ik kan er vrij zeker van zijn dat wanneer ik vraag om te praten met de "verantwoordelijke persoon" ik dan iemand van mijn etnische achtergrond te zien krijg.

  25. Wanneer een verkeersagent me vraagt aan de kant te gaan staan of wanneer de belastingsinspectie mijn belastingsaangifte controleert, kan ik er zeker van zijn dat ik er niet uitgepikt ben omwille van mijn etnische achtergrond.

  26. Ik kan gemakkelijk posters, postkaarten, fotoboeken, wenskaarten, poppen, speelgoed en kindertijdschriften kopen die mensen van mijn etnische achtergrond tonen.

  27. Ik kan na de meeste bijeenkomsten van organisaties waartoe ik behoor naar huis gaan en me min of meer ingesloten voelen, eerder dan geïsoleerd, niet op mijn plaats, overtroffen in aantal, ongehoord, op afstand gehouden of gevreesd.

  28. Ik kan er vrij zeker van zijn dat een argument met een collega van een andere etnische achtergrond eerder haar/zijn kansen voor promotie in gevaar brengt dan die van mij.

  29. Ik kan er vrij zeker van zijn dat het mij in mijn huidige positie niet duur komt te staan wanneer ik ijver voor de promotie van een persoon van een ander etnische achtergrond, ook al zijn mijn collega's het niet met mij eens.

  30. Als ik stel dat er racisme in het spel is, of dat er geen racisme in het spel is, zal mijn etnische achtergrond mij meer geloofwaardigheid geven voor beide posities dan bij een persoon van kleur.

  31. Ik kan ervoor kiezen om allerhande actuele ontwikkelingen binnen etnische minderheden te negeren, of te bespotten, of ervan te leren, maar in alle gevallen kan ik manieren vinden om min of meer beschermd te zijn tegen negatieve gevolgen van elk van die keuzes.

  32. Mijn cultuur geeft me weinig angst om de perspectieven en macht van mensen van andere etnische achtergronden te negeren.

  33. Ik word er niet scherp op gewezen dat mijn vorm, houding of lichaamsgeur als een weerspiegeling van mijn etnische achtergrond gezien zal worden.

  34. Ik kan me zorgen maken over racisme zonder gezien te worden als egoïstisch of iemand die handelt uit eigenbelang.

  35. Ik kan een baan met een positieve actiewerkgever aannemen zonder dat mijn medewerkers vermoeden dat ik de baan kreeg vanwege mijn etnische achtergrond.

  36. Als mijn dag, week of jaar slecht loopt, moet ik mezelf niet afvragen of elke negatieve periode al dan niet ondertonen van racisme had.

  37. Ik kan er vrij zeker van zijn mensen te vinden die met me willen praten en me advies willen geven over mijn volgende stappen op professioneel vlak.

  38. Ik kan vele keuzes overlopen: sociaal, politiek, denkbeeldig of professioneel, zonder mezelf af te vragen of een persoon met mijn etnische achtergrond aanvaard of toegestaan zal worden te doen wat ik wil doen.

  39. Ik kan te laat komen op een bijeenkomst zonder dat mijn laatheid toegewezen wordt aan mijn etnische achtergrond.

  40. Ik kan publieke voorzieningen kiezen zonder bang te zijn dat mensen van mijn etnische achtergrond niet binnen kunnen of slecht behandeld zullen worden.

  41. Ik kan er zeker van zijn dat mijn etnische achtergrond niet tegen mij zal werken wanneer ik wettelijke of medische hulp nodig heb.

  42. Ik kan mijn activiteiten op zo'n manier organiseren dat ik nooit gevoelens van afwijzing omwille van mijn etniciteit zal moeten ervaren.

  43. Ik kan er zeker van zijn dat mijn etniciteit niet het probleem is wanneer ik weinig geloofwaardigheid heb als leider.

  44. Ik kan gemakkelijk academische cursussen en instituties vinden die enkel aandacht hebben voor mensen van mijn etnische achtergrond.

  45. Ik kan beeldtaal en verbeelding in alle kunstdomeinen vinden die de ervaringen van mijn etnische groep vertegenwoordigen.

  46. Ik kan crème om onvolkomenheden te bedekken of pleisters in "huidskleur” kiezen die min of meer passen bij mijn huid.

  47. Ik kan alleen reizen of met mijn partner zonder vernedering of vijandigheid te verwachten van degenen die ons bedienen.

  48. Ik heb geen moeilijkheden buurten te vinden waar mensen ons gezin goedkeuren.

  49. Mijn kinderen worden teksten en lessen gegeven die impliciet onze soort van familie steunen en die zich niet keren tegen mijn keuze van partnerschap.

  50. Ik zal mij welkom en "normaal" voelen op de gebruikelijke paden van het leven, zowel institutioneel als sociaal.

Een onderwerp dat steeds door de vingers heen glipt

Herhaaldelijk vergat ik elk van de inzichten uit deze lijst tot ik ze neerschreef. Wit privilege werd voor mij een onderwerp dat zich steeds aan de blik onttrekt en door de vingers heen glipt. De druk om het onderwerp te ontwijken is groot, want door dit soort van privileges onder ogen te zien moet ik de mythe van meritocratie opgeven. Als deze dingen waar zijn, dan is dit niet zo'n vrij land; iemands leven is niet wat iemand er zelf van maakt; vele deuren openen zich voor bepaalde mensen omwille van verdiensten die hen niet eigen zijn.

In het uitpakken van deze onzichtbare knapzak van witte privileges, heb ik omstandigheden van dagelijkse ervaringen opgenoemd die ik ooit als vanzelfsprekend beschouwde. Ik dacht bovendien dat elk van deze rechten niet slecht waren voor zij die ze bezitten. Nu denk ik dat we een fijner gedifferentieerde taxonomie van privilege nodig hebben, want sommige van deze privileges zijn slechts wat men zou wensen voor iedereen in een rechtvaardig land, en andere zijn een vrijgeleide om onbeleefd, onwetend, arrogant, en destructief te zijn.

Ik zie een patroon dat door de matrix van witte privileges loopt, een patroon van veronderstellingen die doorgegeven zijn aan mij als een wit persoon. Dat er één dominant cultureel territorium was; dat het mijn eigen territorium was, en dat ik hoorde bij degenen die het territorium konden controleren. Mijn huidskleur was een voordeel bij elke stap die ik geleerd heb te ‘willen’ maken. Ik kon over mezelf denken als iemand die er in grote mate bij hoort en die sociale systemen voor zichzelf doet werken. Ik kon vrijelijk afgeven op of bang zijn voor alles buiten de dominante culturele vormen: ik kon deze verwaarlozen of er onwetend over zijn. En deel uitmakend van de dominante cultuur kon ik haar ook redelijk vrij bekritiseren.

In de mate waarin mijn etnische groep zelfzeker, comfortabel en onwetend gemaakt werd, werden andere groepen waarschijnlijk onzelfzeker, oncomfortabel, en vervreemd gemaakt. Witheid beschermde me van vele vormen van vijandigheid, ellende en geweld, die ik subtiel geleerd had af te schuiven op mensen van kleur.

Het woord "privilege" lijkt me nu om deze reden misleidend. We denken meestal aan privilege als een begunstigde positie, verdiend of verkregen bij geboorte of door geluk. Sommige van de omstandigheden die ik hier beschreven heb, werken echter systematisch om bepaalde groepen machtiger te maken. Zulke privileges verlenen simpelweg dominantie omwille van iemands etniciteit of sekse.

Verdiende kracht, onverdiende macht

Ik wil dan ook een onderscheid maken tussen verdiende kracht en onverdiende macht. Verleende privileges kunnen soms op kracht lijken, terwijl het in feite toelating geeft te ontsnappen of te domineren. Maar niet alle privileges op mijn lijst zijn persé schadelijk. Sommige, zoals de verwachting dat buren beleefd tegen je zullen zijn, of dat je etnische achtergrond niet tegen je speelt in de rechtbank, zouden de norm moeten zijn in een rechtvaardige maatschappij. Andere, zoals het privilege om minder machtige mensen te negeren, verwringen zowel de menselijkheid van de houders als die van de genegeerde groepen.

We kunnen op zijn minst beginnen een onderscheid te maken tussen positieve voordelen, die we kunnen helpen verspreiden, en negatieve soorten voordelen, die altijd onze huidige hiërarchieën zullen bevestigen, tenzij we ze verwerpen. Het gevoel te behoren tot de menselijke cirkel, in de woorden van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, zou bijvoorbeeld niet gezien moeten worden als een privilege voor enkelen. Ideaal gezien is het een recht dat je niet verdiend hoeft te hebben. Op dit moment is het een onverdiend voordeel, aangezien slechts enkelen hierover beschikken. Deze tekst is het resultaat van een proces van het groeiend inzicht dat een stuk van de macht die ik oorspronkelijk zag als deel van het menszijn in de Verenigde Staten tout court in feite bestond uit onverdiend voordeel en verleende dominantie.

Ik heb weinig mannen ontmoet die zich echt zorgen maakten over systematische, onverdiende mannelijke voordelen en verleende dominantie. De vraag voor mij en anderen zoals ik is dus of we zoals hen zullen doen, of we ons daarentegen echt grote zorgen zullen beginnen maken, zelfs kwaad worden, over onverdiend etnisch voordeel en verleende dominantie, en als dat het geval is, wat we dan gaan doen om deze privileges te verminderen. In elk geval moeten we meer werk maken van het analyseren hoe deze privileges ons leven vorm geven. Velen, misschien de meeste, van onze witte studenten in de Verenigde Staten denken dat racisme hen niet beïnvloedt omdat ze geen mensen van kleur zijn; zij zien "witheid" niet als een etnische identiteit. Daarbij aansluitend moeten we op dezelfde manier de dagelijkse ervaring van voordeel op basis van leeftijd, fysieke bekwaamheid of voordeel gerelateerd aan nationaliteit, religie, of seksuele oriëntatie onderzoeken, aangezien ras en sekse niet de enige voordeelgevende functionerende systemen zijn.

De opdracht van het zoeken naar parallellen wordt gekenmerkt door moeilijkheden en woede. Aangezien racisme, seksisme, en heteroseksisme niet hetzelfde zijn, moeten de voordelen die ermee geassocieerd worden ook niet als dezelfde gezien worden. Daarbij aansluitend is het moeilijk aspecten van onverdiend voordeel die meer gebaseerd zijn op sociale klasse, economische klasse, 'ras', religie, sekse, en etnische identiteit dan op andere factoren uit elkaar te halen. Alle vormen van onderdrukking zijn verweven, zoals de leden van het Combahee River Collective verklaarden in hun "Black Feminist Statement" van 1977.

Eén factor lijkt duidelijk bij al de verweven onderdrukkingen. Ze nemen zowel actieve vormen aan, die we kunnen zien, als ingebedde vormen, die we als een lid van de dominante groepen geleerd hebben niet te zien. In mijn klasse en positie zag ik mezelf niet als een racist omdat er mij geleerd werd racisme enkel in individuele, gemene handelingen te zien, en nooit in onzichtbare systemen die van bij de geboorte ongevraagde raciale en etnische dominantie aan mijn groep verlenen.

Het systeem afkeuren zal niet genoeg zijn om het te veranderen. Er werd mij geleerd dat racisme kon eindigen als witte individuen hun houding veranderden. Maar een "witte" huid in de Verenigde Staten opent vele deuren voor witten, of we de manier waarop dominantie aan ons verleend wordt nu wel of niet afkeuren. Individuele handelingen kunnen verzachtend werken, maar kunnen deze problemen niet stoppen.

Om sociale systemen opnieuw te ontwerpen moeten we eerst de kolossale, ongeziene dimensies ervan erkennen. De stiltes en ontkenningen die privileges omringen zijn hier het politieke sleutelgereedschap. Ze maken dat het denken over gelijkheid en gelijkwaardigheid onvolledig blijft, en houden onverdiend voordeel en verleende dominantie in stand door van deze onderwerpen een taboe te maken. De meeste praatjes van witten over gelijke kansen lijken me nu over de gelijke kans te gaan om in een positie van dominantie te komen, terwijl tegelijk ontkend wordt dat systemen van dominantie bestaan.

Ik heb de indruk dat in de Verenigde Staten onwetendheid over witte voordelen, zoals onwetendheid over mannelijke voordelen, er sterk ingebakken wordt om op die manier de mythe van de meritocratie, de mythe dat democratische keuze gelijk toegankelijk is voor iedereen, in stand te houden. Door de meeste mensen onwetend te houden over het feit dat de vrijheid tot zelfzekere actie slechts voor een klein aantal mensen bestemd is, worden diegenen met macht op een voetstuk geplaatst en blijft macht in de handen van dezelfde groepen die al de meeste macht hebben.

Alhoewel systematische verandering vele decennia lang duurt, zijn dit dringende vragen voor mij, en naar ik vermoed, voor anderen zoals mij, als we ons dagelijks bewustzijn willen verbeteren over de voordelen van lichtgekleurd te zijn. Wat zullen we doen met deze kennis? Zoals we weten uit onze ervaringen met mannen, is het een open vraag of we ervoor zullen kiezen om onverdiende voordelen te gebruiken, en of we de macht die ons willekeurig toegekend werd, zullen gebruiken om te proberen machtssystemen op grotere basis te reconstrueren.

Peggy McIntosh is ‘associate director’ van het Wellesley College Center for Research on Women. Dit essay is een uittreksel uit Working Paper 189, “White Privilege and Male Privilege: A Personal Account of Coming to See Correspondences through Work in Women’s Studies” (1988), door Peggy McIntosh. Beschikbaar voor $4 bij het Wellesley College Center for Research on Women, Wellesley MA 02181. De ‘working paper’ bevat een langere lijst van privileges.

Dit essay komt uit de winter 1990 uitgave van Independent School.

(vertaald door NextGENDERation Brussel)